Verslag nationaal debat
waterRECREATIEnatuur
1
december 2005
Waterrecreatie wil meedenken en meedoen bij invoering (Europees)
natuurbeleid
Hoe ziet de toekomst van de waterrecreatie eruit? Veel watersporters
maken zich zorgen, nu ook Brussel zich steeds nadrukkelijker bemoeit met het
Nederlandse natuur- en milieubeleid. Zetten de Europese Vogel- en
Habitatrichtlijn (VHR) en de Kaderrichtlijn water (KRW) watersportgebieden
‘op slot’? Of is dit het juiste moment om samen met natuurbeheerders de
overheidsslogan ‘natuur voor mensen, mensen voor natuur’ concreet gestalte
te geven? Het Nederlands Platform voor Waterrecreatie (voorheen het
Watersportberaad) organiseerde hierover op donderdag 1 december in Zeist een
nationaal debat ‘waterRECREATIEnatuur’.
Dagvoorzitter Frans Evers liet er aan het begin van het debat geen
misverstanden over bestaan: "Er zijn in Nederland genoeg mensen die mij
kunnen vertellen hoe het niet moet. Vandaag gaan we kijken hoe het wél kan.
Denk positief mee. Kom met ideeën. Dit debat is niet vrijblijvend, maar moet
ergens toe leiden." Volgens de oud-directeur van Natuurmonumenten kunnen de
Nederlandse overheden bij het invoeren van (Brussels) natuur- en
milieubeleid niet om de waterrecreatiesector heen. Met een jaarlijkse omzet
van bijna 8 miljard Euro is het een economische kracht van betekenis. Er
zijn bovendien meer dan één miljoen, vaak goed georganiseerde watersporters.
Verreweg de meesten daarvan hebben volgens Evers iets met natuur: "Je kunt
ze dus uitstekend betrekken bij het maken van natuurplannen en bij het
creëren van het daarvoor benodigde draagvlak."
Leuterkoek
Voor de aftrap van het eigenlijke debat, werd de zaal opgewarmd met enkele
pittige stellingen. Volgens Gijs Kuneman van de stichting Natuur en Milieu
biedt Europa meer kansen dan bedreigingen voor de waterrecreatie. "We mogen
Brussel dankbaar zijn dat natuur en milieu er op dit ogenblik in Nederland
niet bekaaid vanaf komen. Dat is goed nieuws, ook voor de waterrecreant,"
betoogde hij. Die profiteren volop van mooie natuur en een schoon milieu.
Het is volgens Kuneman ‘leuterkoek’ dat waterland Nederland op slot gaat
door Brusselse regeldrift. "Er blijft meer dan genoeg ruimte voor
waterrecreatie, als je de plannen daarvoor maar goed insteekt."
Sjoerd van Dijk drukte de sector op het hart de Kaderrichtlijn water en de
VHR aan te grijpen als kans voor de dingen die ze zelf wil.
Atty Bruins van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
betoogde dat de sector veel kan winnen door zich pro-actief op te stellen.
Onder meer bij het aanwijzen van Nederlandse Natura 2000 gebieden, die samen
een Europees netwerk van natuurgebieden moeten vormen. De waterrecreatie zou
volgens Bruins in een vroeg stadium mee moeten denken bij het aanwijzen van
dergelijke gebieden en bij het opstellen van beheersplannen ervoor. Vooral
omdat het merendeels om waternatuur gaat.“Blijf niet roepen dat je erbij
betrokken wilt worden, maar ga er zelf op af,” hield ze de deelnemers aan
het debat voor.
Ecofundamentalisme
Na de stellingen volgde een stevige discussie met een panel van
vertegenwoordigers uit de waterrecreatiesector. Panellid Marco Kraal van
Sportvisserij Nederland twijfelde aan de geruststellende woorden van Gijs
Kuneman. "De KRW is bedreigend vanwege het ‘ecofundamentalisme’ waarmee de
richtlijn in Nederland wordt geïmplementeerd", aldus Kraal. Dat doet volgens
hem geen recht aan het feit dat ook de mens - lees: de visser, roeier,
zeiler, schipper - thuis hoort in die natuur. Maar de tijd dat er niet te
praten viel met de ‘vogeltjesjongens’ is gelukkig grotendeels voorbij,
vonden veel debatdeelnemers. Dat is maar goed ook, want er werd
geconstateerd dat beide partijen grote gemeenschappelijke belangen hebben.
Is de sector op dit ogenblik wel voldoende toegerust om mee te denken
over de invoering van Brusselse plannen, vroeg dagvoorzitter Frans Evers
zich openlijk af? Daar valt nog wel wat werk te doen, bleek uit de reacties
in de zaal. Als de sector echt een vuist wil maken, moeten de afzonderlijke
organisaties over hun eigen deelbelangen heen kijken en het grotere belang
laten prevaleren. Of zoals iemand het treffend uitdrukte: "Alle
waterrecreatiekikkers moeten in dezelfde kruiwagen en dan is het rijden
geblazen."
En hoe moet de inzet eruit zien? Ondernemend, zo viel te beluisteren. Dat
betekent: breed kijken, meedenken met anderen en anticiperen op toekomstige
ontwikkelingen. "Laten we vooral niet de manager uithangen," waarschuwde een
panellid. "Managers denken te veel aan het snelle resultaat voor de eigen
club."
Hurry-and-worry
De waterrecreatiesector wil meedenken en meedoen, zo bleek duidelijk uit
diverse debatbijdragen. Maar om een succesvolle inbreng te kunnen leveren,
is het belangrijk dat je weet waar je staat. In het middaggedeelte van het
debat gingen enkele sprekers daarom kort in op de positie van de sector.
Daaruit kwam naar voren dat de vooruitzichten buitengewoon goed zijn. Onder
meer omdat de vrijetijdsmarkt in Nederland de komende jaren nog blijft
groeien, aldus vrijetijdswetenschapper Hugo van der Poel. Maar paradoxaal
genoeg ook door de klimaatverandering, zoals milieu-onderzoeker én verwoed
zeiler Wouter van Dieren liet zien. Het waterbeleid moet als gevolg daarvan
drastisch op de schop. Of het nu gaat om dijkversterking, meer waterberging,
nieuwe rivieren, drijvende steden en infrastructuur: er komen in de nabije
toekomst tal van waterplannen in uitvoering. Een creatieve inbreng van de
waterrecreatie in die plannen kan geweldig veel opleveren, aldus Van Dieren.
Trendwatcher Carl Rohde betoogde dat de huidige trends in de samenleving
voor de waterrecreatiesector ‘een schot voor open doel zijn’. Volgens Rohde
past de waterrecreatie perfect in onze zoektocht naar nature and wellness in
onze hurry-and-worry economy en in onze gang naar ervaring en beleving in
onze experience economy. “Jullie hebben het tij ongegeneerd mee,” aldus
Rohde. Volgens hem kan de sector de huidige trends zonder al te veel moeite
‘verwaterrecreationaliseren’.
Manifest van Zeist
Geen woorden, maar daden. Dat had dagvoorzitter Frans Evers aan het begin
van de dag betoogd. Dus wilde hij van vertegenwoordigers van
watersportorganisaties weten hoe zij de komende maanden politiek Den Haag
gaan bewerken. Inzichtelijk maken wat onze baten zijn, wat zacht is -
leefbaarheid, gezondheid, welzijn - hard maken, adus een van hen. En om te
voorkomen dat gesprekken verzanden in centenkwesties, zelf centen
meebrengen, vond een ander. Zo laat je zien dat je echt iets wilt en daar
iets voor over hebt. In dit verband werd geopperd naast het al langer
bestaande Groenfonds (voor financiering van natuur- en landschapsprojecten)
een Blauwfonds op te richten. Het is in ieder geval zaak voor de
waterrecreatiepartijen snel tot een collectieve agenda te komen, vonden veel
debatdeelnemers.
Frans Evers nam daar aan het slot van het debat al voorzichtig een voorschot
op. Tijdens de dag was achter de schermen druk gewerkt aan het ‘Manifest van
Zeist’. Onder het motto ‘natuur en waterrecreatie: een gouden
bondgenootschap’ deed het platform enkele belangrijke aanbevelingen aan de
overheid en aan natuur- en milieuorganisaties. Zo moet de overheid zich
volgens het platform meer inzetten voor verbetering van de waterkwaliteit en
voor de toegankelijkheid van water en oevers. Ook bepleit het platform in
het manifest een staatssecretaris voor (Water)recreatie en natuur om de
huidige versnippering van het recreatiebeleid tegen te gaan, en wil men dat
investeringen in natuur en recreatie fiscaal aantrekkelijker worden gemaakt.
Het platform riep natuur- en milieuorganisaties op haar defensieve
natuurbenadering te laten varen en die in te ruilen voor een creatieve
benadering waarin ook plaats is voor waterrecreatie. Ook bepleit het
platform in het manifest een ruimere openstelling van waternatuurgebieden
voor waterrecreatie.
Het debat leverde al met al meer dan voldoende stof tot nadenken. Niet
alleen voor overheden, natuur- en milieuorganisaties, ook voor de
waterrecreatiesector zelf. De komende tijd moet blijken wat dat heeft
opgeleverd.
Bert-Jan van Weeren